Communicatie

 

 Wat willen we bereiken met concrete communicatie?

Concrete communicatie is een middel, geen doel op zich. We willen er iets mee bereiken. Of onze concrete communicatie aangepast en goed is, is dan ook afhankelijk van het al dan niet bereiken van die doelstellingen. Met concrete communicatie willen we vooral:
• de angst en stress van iemand met autisme verminderen
• de zelfstandigheid van die persoon verhogen en
• de flexibiliteit verhogen
Dit is erg belangrijk. Kritiek op en misverstanden rond concrete communicatie zijn meestal gebaseerd op een verkeerd gebruik van concrete communicatie. Je kunt iemand afhankelijk en rigide maken met concrete communicatie, maar daar is ze niet voor bedoeld. We moeten er steeds voor zorgen dat we onze visuele ondersteuning juist gebruiken. Welke vorm ze dan ook aanneemt, als je deze doelen bereikt, dan is het goede, concrete communicatie. Als we deze hoofddoelen, die echt al een groot voordeel zijn, kunnen bereiken, zal dat heel wat extra voordelen opleveren. De persoon met autisme zal meer zelfvertrouwen ontwikkelen, zal meer openstaan voor zijn omgeving, zal gemakkelijker nieuwe zaken leren en daardoor zullen ook de kansen op integratie stijgen.Concrete communicatie hoeft niet rigide, afstandelijk en ingewikkeld te zijn: integendeel. Naast begrijpen hoe je het kunt doen, is het even belangrijk om te weten waarom je het doet.
 

 

 Moet ik hetzelfde communicatievorm/systeem gebruiken als op school?

Misschien gebruikt jouw kind op school al een tijdsplan (dagschema). Overleg in dat geval zeker met de leerkracht over de keuze welke communicatievorm je thuis kunt gebruiken. Meestal is het een goed idee om dezelfde communicatievorm te gebruiken (voorwerpen, afbeeldingen, geschreven), maar een aantal concrete verwijzers moet misschien aangepast worden. Sommige verwijzers zullen specifiek verwijzen naar de situatie op school, terwijl het thuis concreet anders ingevuld is. Een voorbeeldje: jouw kind begrijpt tekeningen. Op school heeft hij een bepaalde tekening op het tijdsplan voor ‘zwemmen’. In de vakantie ga je met hem ook zwemmen, maar in een ander zwembad. Dan kan het misschien goed zijn om een andere tekening te gebruiken, om geen verkeerde verwachting te scheppen (we gaan naar hetzelfde zwembad als met de school, mijn juf en mijn klasgenootjes zullen daar ook zijn, het zal even rustig zijn als wanneer wij met school gaan zwemmen enzovoort). Sommige kinderen zien wel voldoende onderscheid in context en hebben daar minder moeilijkheden mee. Overleg dus met school en houd dit in je achterhoofd als je voor onverwachte moeilijkheden komt te staan.
 

 

 Hoe kan ik mijn kind duidelijk maken wat er gaat gebeuren?

Op ons werk gebruiken velen van ons een agenda omdat je soms veel taken op één dag moet doen en omdat je dat niet allemaal kunt onthouden. Zonder agenda heb je geen overzicht meer, iets extra plannen wordt moeilijk, je zou een afspraak kunnen vergeten enzovoort. Thuis gebruiken we zelden een agenda om onze dag te plannen. Je weet jezelf wel te organiseren, je weet wat belangrijk is om te doen en als je toch al eens bang bent om iets te vergeten, kleef je snel een briefje op de ijskast of het prikbord. Echter, voor mensen met autisme is wat er thuis gebeurt soms even onoverzichtelijk als voor ons wat er op het werk gebeurt. Zij weten graag wat er gaat gebeuren en wanneer dan wel. Het gewoon tegen hen zeggen, geeft niet altijd voldoende duidelijkheid:
• ofwel begrijpen ze je taal niet of niet goed
• ofwel begrijpen ze wel wat er nu onmiddellijk gaat gebeuren maar kunnen ze het overzicht niet (in)zien
• ofwel begrijpen ze jou wel goed, maar kunnen ze het niet vasthouden.

Kinderen met autisme komen dan enkele minuten later weer met precies dezelfde vraag: ‘Wat gaan we doen… en dan… en dan?’ Je kunt die informatie dus ook visueel, concreet gaan communiceren. Je kunt het zien als een soort agenda, maar dan aangepast aan hun begripsniveau en hun behoefte. Zoiets noemen we een tijdsplan.
Sommigen mensen (op school of de voorziening bijvoorbeeld) zullen het een dagschema, tijdslijn, dagprogramma enzovoort noemen. Misschien lijkt jouw kind op het eerste gezicht thuis zo een tijdsplan niet nodig te hebben. Maar denk dan nog eens terug aan de doelen die we ermee willen bereiken. Is jouw kind echt zelfstandig in situaties waar je dat eigenlijk kunt verwachten gezien zijn leeftijd? Of moet je er eigenlijk heel de tijd aandacht aan geven? En is jouw kind echt wel soepel en flexibel? Hoe gaat hij om met plotse veranderingen? Hoe reageert hij op veranderingen in een routine? Hoe gaat hij ermee om als zijn broer of zus iets wil kiezen en bepalen? Leidt dit vaak tot weerstand of crisissen? Tijdsplanningen en stappenplannen kunnen hier heel wat helpen.