Autisme in een notendop

Een boeiend maar complex beeld....
Autisme uit zich in eerste instantie het opvallendst in het gedrag. De drie kernproblemen van autisme situeren zich op het gebied van communicatie, op sociaal vlak en in het flexibel denken en handelen. Dit noemt men de “triade”. In het diagnostisch handboek DSM-5 neemt men de moeilijkheden op vlak van sociale interactie en communicatie samen.
Mensen met autisme hebben moeite in de omgang met anderen omdat sociale regels heel wisselend (naargelang de context) én onzichtbaar zijn. Sommigen proberen heel veel contact te leggen met anderen, maar deze contactname komt vaak stroef, bizar of vreemd over. Het ontbreekt hen aan sociale finesse, vaak zijn ze in sociale relaties ook heel naïef. Dit gemis aan intuïtief sociaal gevoel, proberen ze soms goed te maken door middel van intelligentie en logica, of door imitatie van anderen. Vanaf de kinderleeftijd krijgen ze heel wat labels mee: koppig, gedragsgestoord, onbeleefd, excentriek, bizar, egoïstisch, vreemd,…
Sommige mensen met autisme praten niet, anderen “papegaaien”, nog anderen zijn juist vlotte praters die over een uitgebreide woordenschat en grammatica beschikken. De problemen op communicatief vlak kunnen zich dan ook op subtiele wijze uiten, maar vaak is hun communicatie oppervlakkig, met een repetitieve inhoud. Omwille van hun associatief denken zit er vaak weinig lijn in hun verhaal. Mensen met autisme hebben niet alleen moeite met het zich op een verstaanbare manier te kunnen uiten, ook het begrijpen van de communicatie van anderen loopt kwalitatief anders.
Stroef handelen en een beperkt gedrags- en interessepatroon uit zich vooral in een moeilijke aanpassing aan nieuwe situaties; mensen met autisme hebben moeite met veranderingen. Als reactie op stress kunnen stereotiepe bewegingen voorkomen. Ze ontwikkelen ook heel wat routines.

Moeilijk te herkennen en een andere informatieverwerking...
Zoals hierboven reeds beschreven, bestaat er geen kenmerk dat typisch en uniek is voor autisme. Autisme uit zich op duizenden verschillende manieren. En hoe ouder - of hoe intelligenter - iemand met autisme is, hoe meer hij geleerd heeft de stoornis te compenseren en camoufleren. De diagnosticus moet dan ook over een grote klinische ervaring beschikken om de diagnose te kunnen stellen. Autisme toont zich immers vooral langs de binnenkant: in de andere manier van waarnemen, informatie verwerken en betekenis geven. Mensen met autisme nemen de wereld op een andere manier waar. Vaak richten ze zich op (onbelangrijke) details, en zien het geheel niet, waardoor ze ook tot een andere betekenisverlening komen. Ze kunnen heel weinig rekening houden met de context, en ze gaan over- of ondergeneraliseren. Men noemt deze andere informatieverwerking een zwakte in de “centrale coherentie”. Precies omdat ze de wereld anders waarnemen en interpreteren, komen ze vaak tot een ander, vreemd, bizar,… gedrag dat gebaseerd is op deze (andere) betekenisverlening.

Autisme en normale intelligentie
Het is niet toevallig dat de diagnose autisme in combinatie met normale intelligentie voor verwarring zorgt. Deze mensen leren immers dankzij hun intelligentie hun problemen voor een stuk te verbergen. Een buitenstaander is dan ook vlug misleid: “Het is toch allemaal zo erg niet…”, of: “Dan ben ik ook autistisch!”. Toch heeft de stoornis in het dagelijkse leven heel wat verregaande gevolgen. Autisme is immers ook bij hen een pervasieve ontwikkelingsstoornis: het gaat niet om wat eigenaardig gedrag, excentriciteit of moeite met sociaal contact.

Omgaan met mensen met autisme
Veel taal wordt door mensen met autisme letterlijk begrepen, of deels, of helemaal niet begrepen. De essentie van een boodschap kunnen ze vaak ook moeilijk halen uit lange, ingewikkelde zinnen. Gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal en sociale aanwijzingen werken vaak niet. Ook het denken in abstracte begrippen is voor hen vaak niet eenvoudig. Naar communicatie toe betekent dit dat boodschappen liefst zo concreet mogelijk overgebracht worden, zonder veel figuurlijk taalgebruik en zonder verbale overlast. Zeg duidelijk wat je bedoelt. Visuele hulpmiddelen, zoals geschreven woorden en planning, of tekeningen, foto’s, voorwerpen,… kunnen ter ondersteuning of ter vervanging van verbale communicatie (levens-)noodzakelijk zijn.
Mensen met autisme hebben moeite om zich te organiseren; ook hier kan ondersteuning en duidelijkheid helpen. Mensen met autisme zijn, omwille van hun handicap, egocentrisch. De meeste hebben ontzettend grote moeilijkheden om de reacties van anderen te begrijpen. Probleemgedrag is vaak een reactie op beangstigende of verwarrende ervaringen en dus niet persoonlijk bedoeld.
Mensen met autisme zijn vaak hypergevoelig aan bepaalde sensoriële prikkels, zelfs “gewone” niveaus van geluid en visuele prikkels kunnen hen sterk afleiden of storen. Ook dit is sterk verschillend van individu tot individu.

Enkele cijfers over het voorkomen van autisme...
De cijfers variëren nogal per studie en naargelang de diagnose die men betrok in de onderzoeken. Recente prevalentiecijfers die uitgaan van de diagnose autismespectrumstoornis geven aan dat het over ongeveer 1 op 100 personen!  De hogere cijfers, in vergelijking met vroeger, zijn vooral te verklaren door een betere detectie en diagnostiek, en een verbreding van de definities en criteria. Er is dus geen wetenschappelijk bewijs voor een hogere prevalentie dan vroeger!! Mannen hebben 3 à 4 maal meer kans dan vrouwen om een diagnose te krijgen. Wat het al dan niet samengaan met een verstandelijke handicap betreft: momenteel gaat men ervan uit dat dit in slechts 30 à 50% van de gevallen zo is.

fiogf49gjkf05