Wie heeft gelijk?

Mensen met autisme bekijken de wereld met een andere logica. Ze gaan betekenissen verlenen die vaak veel minder gebaseerd zijn op de context, die veel minder rekening houden met de verbanden tussen zaken. Die andere logica is niet fout. Ze is gewoon anders. Mensen zonder autisme zijn in de meerderheid en gaan dus hun logica een beetje als de norm zien, als ‘de waarheid’. En durven dan ook al wel eens beweren dat de persoon met autisme ‘fout’ is in zijn redenering. En dat leidt dan weer tot eindeloze discussies. Discussies waarin de persoon zonder autisme op een gegeven moment, lichtjes wanhopig, uitroep: ‘Ja, je hebt gelijk, maar…’. Want ja, de persoon met autisme heeft inderdaad gelijk vanuit zijn of haar logica.

Punt is dus niet om te blijven discussiëren, maar om even toe te lichten dat we beiden een andere invalshoek hebben, die een verschillende visie geeft, maar waarbij elk toch uiteindelijk gelijk heeft. Hoe kan je dat concreet en inzichtelijk maken?

Probeer eens het volgende: neem een rood en groen blad papier en leg deze mooi op elkaar. Plastificeer.
Ga nu tegenover elkaar zitten en zet het blad rechtop tussen beide gesprekspartners in. De ene persoon ziet dus de rode kant, de andere de groene. Vraag welke kleur het blad heeft. Zeg nu jouw ‘waarheid’. Draai het blad om en stel dezelfde vraag.

Het wordt nu duidelijk dat er verschillende invalshoeken zijn, én dat beiden voor een stuk gelijk hebben, maar dat de werkelijkheid toch complexer is.