Hoe kunnen we de emmer eens doen leeglopen?

We horen het ouders of begeleiders zeggen: “Zijn emmer is weer vol”. Die emmer is een gekende metafoor om te verwijzen naar de hoeveelheid stress die iemand ervaart. Wanneer die dreigt vol te lopen of zelfs te overstromen, verhoogt de kans op een crisis. Een andere, gelijkaardige metafoor is die van het rood licht. Bij groen loopt alles gesmeerd. We voelen ons ontspannen of rustig. Oranje betekent dat we aan de alarmbel moeten trekken. Wanneer het licht op rood springt dan zitten we in de problemen.

In eerste instantie proberen we natuurlijk die stress en crisissen te vermijden door zoveel mogelijk basisrust te creëren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan weliswaar. Wat iemand rust geeft, is immers individueel te bepalen, gebaseerd op de eigenheid van elk persoon. Helemaal preventief werken is misschien wel utopisch; iedereen heeft wel momenten dat het niet meer lukt. Dat betekent dat we ook moeten nadenken over hoe we omgaan met stress.

Idealiter leert iemand met autisme om zelf de signalen van stress te herkennen en om hier op in te grijpen door iets te doen wat hen tot rust kan brengen. Dat is vooral mogelijk wanneer iemand in de oranje zone zit. Wanneer iemand effectief door het lint gaat, dan is het nog moeilijk om zelf helder na te denken. Een aantal voorbeelden van zo’n activiteiten die de stress kunnen doen dalen, zijn lopen, trampoline springen, tegen een boksbal slaan, onder een verzwaard deken kruipen… Maar stel jezelf eerst ,los van alle lijstjes, de vraag: “ Wat vindt hij of zij zelf ontspannend en leuk om te doen?” En een eerste tip hierbij is alvast: wat doet hij zelf spontaan op momenten van stress om zich te kalmeren? Dat kan ons al een indicatie geven van waar de behoefte ligt.

Eén iets wat al de voorgestelde activiteiten gemeen hebben, is dat ze allemaal inspelen op het proprioceptieve zintuig. Een van de functies van dit zintuig draait net om spanning en ontspanning. Je leest er meer over in het boek ‘Autisme en zintuiglijke problemen’ (van Berckelaer-Onnes, Degrieck en Hufen) of hoort er alles van in de opleiding ‘Een andere zintuiglijke verwerking’ binnen het aanbod van Autisme Centraal. In elk geval kunnen proprioceptieve prikkels zorgen voor meer rust. Maar de activiteit ‘sla op je boksbal’ kan al snel te vaag worden voor iemand met autisme. Hoe lang/hoe vaak moet ik dit doen? Het gebrek aan voorspelbaarheid kan in die zin alsnog voor stress zorgen. We moeten hierbij dus rekening houden met het autistisch denken. Het kan moeilijk zijn voor iemand met autisme om zich in te beelden dat één keer op de boksbal slaan misschien niet voldoende is om tot rust te komen. Op een positieve en expliciete manier verhelderen wat onze verwachtingen zijn, is dan ook de boodschap. Probeer zo concreet als mogelijk het doel en het einde van de activiteit duidelijk te maken.

Op een boksbal slaan hoef je daarnaast niet enkel te doen wanneer je al overstuur bent. Plan deze activiteit geregeld in per dag, zo is hij of zij beter bestand tegen toekomstige stresserende situaties.